Feeds:
Berichten
Reacties

Nog minder dan twee weken tot De Dag. En als De Dag voor jou 7 juni 2012 is, ga je mogelijk voor de zes keer. Nu fietste ik in 2010 zes keer de Alpe op, met als gegeven dat ik geen topwielrenner ben, noch een extreme sportfanaat. Ok, ik hou van sporten, maar twee keer per week is voor mij normaal en genoeg. Vanuit mijn ervaringen van 2010 deel ik graag zes tips met jullie, zes tips die mogelijk tot zes keer de Alpe gaan leiden!

Tip 1 – Train jezelf niet kapot

In 2010 deed ik zo’n 1.750km aan training over een periode van twee maanden. Een paar knallers zaten er tussen, zoals Klimmen-Banneux-Klimmen en de Steven Rooks Classic (inmiddels KlimClassic genoemd). De laatste twee weken voor de Alpe ben ik gaan afbouwen, niet meer veel kilometers, wel af en toe een gerichte krachttraining voor de kuiten. Train jezelf niet kapot maar bouw reserves in je lijf op deze periode, en slaap vooral goed en veel.

Tip 2 – Met mate

Een lekker biertje. Een heerlijk glas wijn. Ik kan er eigenlijk niet vanaf blijven. Doe het toch. Drink deze twee weken niet of echt minimaal. Je gaat het merken. Alcohol doet een stevig beroep op je lichaam en blokkeert de opname van belangrijke stoffen voor herstel en je conditie. Als je de zes keer haalt valt er genoeg te vieren…. ;-)

Tip 3 – Rustig aan, dan breekt het lijntje niet

Ja, en daar is ie dan. De eerste helling. Je slaat linksaf en ineens sta je stil. Een ruime 13% kijken je aan, en jij hebt niet eens de tijd om terug te kijken. Want je moet alles op alles zetten om een beetje in een fatsoenlijk tempo te komen. De eerste bochten zijn zwaar. Daarna wordt het beter. Doe dus echt rustig aan en bouw voorzichtig je tempo op. Neem de eerste bochten ook om cadans te zoeken en te vinden, daar heb je de rest van de berg profijt van. Praten met anderen en enthousiast terugzwaaien naar de geweldige mensen langs de kant van de weg kan later nog wel… ;-)

Tip 4 – Drop

Ja, drop. In eerlijkheid, je kan niet zonder. Ik weet niet exact hoeveel zout je gaat verliezen op de berg, maar ik dronk een ruime 12 liter die dag, want doorlopende hydratatie is erg belangrijk. Want je gaat zweten, doorlopend zweten. En dus ook doorlopend zout verliezen. Drop dus. Neem af een toe een dropje, het voorkomt een licht gevoel in je hoofd en zwabberende benen. Zoute drop, welteverstaan.

Tip 5 – Twee keer uit, twee keer in

In 2010 deed ik een clinic met Michael Boogerd. Veel van geleerd, vooral ook dat hij sneller fietst dan ik. Maar een belangrijke uitspraak van hem is, ‘Zorg dat je kunt blijven praten als je fietst, anders ga je te snel.’ Voor mij is dat gelijk aan een dubbele in- en uitademing. Dus twee keer uit, twee keer in. Noem het cardio. Noem het een veilige hartslag. Het heeft mij in ieder geval veel geholpen in het bepalen van het juiste tempo.

Tip 6 – Kom uit het zadel!

Michael leerde me ook deze. Supertip. Kom tijdens de klim geregeld even uit je zadel. Schakel eerst een tandje op, en ga dan een stukje staand klimmen. Dan weer terugschakelen en rustig in het zadel. Het zorgt ervoor dat je even je beenspieren op een andere wijze gebruikt, met als gevolg dat verzuring langer uitblijft. Echt.

Zo, voor mij waren dit de zes belangrijkste tips. Natuurlijk zijn er nog veel meer. Een open deur is een goede voorbereiding in materiaal en voeding. Maar daar ben je zeker van op de hoogte. En let ook op je kleding, in de ochtenduren kan het uitzonderlijk koud zijn op de berg, een afdaling lijkt dan echt op wintersport. Volg voor overige aanwijzingen natuurlijk de officiële berichten via www.opgevenisgeenoptie.nl!

Veel succes, op naar de zes!

Marco

Een tijd geleden dat ik hier wat schreef. Maar nu mag het zeker weer, de aanleiding is helder en dwingend genoeg. Nog 19 nachten namelijk, 19 nachten tot de Alpe, tot 7 juni 2012. Dan starten we nog vroeger dan in 2010. Om half vijf ‘s ochtends namelijk – ja, 04.30 uur. Omdat er heel veel renners zijn, en het parcours een snuf langer. Zo schijnt.

Goed. Waar staan we? De training verloopt wat chaotischer dan twee jaar geleden. Debet zijn de kille aprilmaand en een knie die af en toe wat hapert (gevolg van het rennen van een halve marathon zonder goede warming-up….). In ieder geval gaan we richting de 2.000 trainingskilometers, en was de eerste vuurdoop afgelopen donderdag, de KlimClassic (voorheen Steven Rooks Classic – dat ‘Classic’ is overigens wel een pijnlijke, nietszeggende term in de wielersport – het zijn iets te vaak erg jonge fietsrondes…). De KlimClassic dus. Starten bij het MECC Maastricht, en dan zo snel mogelijk richting het zuiden, richting de Ardennen. Was de vuurdoop geslaagd? In ieder geval was het een uitstekende oefening in doorlopende mentale en fysieke aanpassingen. Een aaneenschakeling van pech, wachten, miscommunicatie en lijfelijke storingen leidde tot een akelig laag gemiddelde. En ook mijn La Redoute klimtijd zat helaas significant buiten het top-10 klassement…. Toch tevreden, want mijn kuiten doen het goed en stralen zelfvertrouwen en duurzaamheid uit. Fijn.

Nu sta ik dus nu echt op scherp! ;-)

19 nachten dus. Hoe we verder gaan? Morgen een hersteltraining bij de Posbank. En gedurende de week een avondje of twee licht fietsen, de beentjes soepel houden. In het Pinksterweekend dan nog wat ‘cruisen’ in Drenthe, en een dagje Doorwerth, om de prachtige Italiaanseweg een aantal malen te trotseren. En dat is het dan. Dan moet het goed zijn…

Nog een keer zes. Vertrouwen? Ja. Spanning? Jazeker. Kans op overschatting? Nu niet meer….

En ik wil weer € 5.000 meebrengen naar de Alpe. Omdat het nog niet genoeg is.

Tot snel.

(Mijn actiepagina: http://deelnemers.alpe-dhuzes.nl/acties/marcoophof/marco-ophof/)

Zes

En dan heb je er vijf gedaan. De eerste drie best soepel, niet licht, maar gestaag stijgend. Bij de vierde werd het zwaar. Weer dat pittige begin, van bocht 21 naar 16. En die stroperige laatste drie bochten. Een kloteberg, zoals Boogerd terecht zei tijdens de clinic op woensdag. Na de vierde iets langer herstel, mijn rug zat vast, kleine massage. Op naar de vijfde. Eerste protesten van het lijf. Een bonkend hoofd. We zijn er bijna, nog maar één klim hierna…

Korte stop, tijdschema is strak, voor 18.00 moeten we aan de klim begonnen zijn. Krijg een zak chips in mijn handen gedrukt, heerlijk, zout, zout, zout.

17.52 start. Nog 21 bochten. Aftellen.

Bocht 16. Benen nog sterk, wel zwaar.

Op naar bocht 8. Geen gedachten meer, alleen maar rustig trappen. Rustig trappen…

En toen pas echt het besef. Waarom ik hier fiets, met een lijf dat nu ook zijn grenzen laat zien. Maar met een geloof, dat ik het kan.

Geloven in dat het kan, zo belangrijk. Voor een ieder, maar zeker voor diegenen die met de wanhoop van een onzekere toekomst zijn geconfronteerd. Door de oneerlijke ziekte.

Bocht 4. Het dorp al in zicht, blokken van wintersportappartementen. Nu een prachtig gezicht.

Nu besef ik dat ik al een tijdje wakker ben. Ik kijk op mijn fietscomputer, zit nu elf uur op de fiets. Om drie uur opgestaan, nu zestien uur later. Bizar. Meer dan 150km op de teller.

Bocht 1. De laatste, we draaien op naar het oude centrum van Alpe d’Huez. De laatste klim. En dan doorfietsen naar de finish die nu voorbij het dorp ligt, 800m verder dan vorig jaar.

Nog steeds dezelfde mensen langs de kant, nog steeds zo enthousiast, nieuwe energie.

En terwijl er muziek klinkt, er mensen zingen, dansen en huilen, voel ik een grote dankbaarheid. Dat ik iets van mijzelf heb kunnen geven hier.

Zes keer de kloteberg, in strijd tegen een kloteziekte.

Met tranen over mijn wangen kom ik over de finish….

Verstuurd vanaf mijn iPhone

Vijf minuten.

Prettige spanning. Echt zin in de klim. 126 bochten. 5 minuten gemiddeld per bocht, mijn iPhone vul ik dus met ‘5 minute songs‘…. (mocht je nog tips hebben…. ;-) )

Ja, ik ben er klaar voor. Na 1.500 fietskilometers vertrouw ik mijn benen, mijn fiets en mijn geest. Leuke tochten gereden. Een koude Steven Rooks Classic, een winderige Veenendaal-Veenendaal, een snelle Toerversie van de Giro in Utrecht en een warme Klimmen-Banneux-Klimmen. Afgelopen zondag erg genoten van Het Rijk van Nijmegen, heerlijk geklommen op de Oude Holleweg van Beek naar Berg en Dal.

Deze week elke avond een klein rondje, om de benen soepel te houden. En zaterdag met fietsmaatje Jaap nog een keer naar het Kopje van Bloemendaal….

En De Alp. De Alp laat ik zo lang mogelijk rusten. Misschien wel tot 3 juni. In de omgeving is er namelijk zoveel moois te klimmen. De Col de la Croix-de-Fer of de Galibier.

5 minuten per bocht. 126 liedjes. 12 cd’s. Valt best mee….

En opgeven is sowieso geen optie.

Cheers!

Alpe d’Amerong.

Nu is de kop eraf. Mag ook wel, want op 25 april word ik geacht 180 hobbelige kilometers af te leggen in Zuid-Limburg en de Ardennen. Maar gisteren dus, vanaf Utrecht over de prachtige Utrechtse Heuvelrug naar de ‘top’, de Alpe d’Amerong – in de volksmond ook wel de Amerongse Berg genoemd.

Heel eerlijk. De 78 kilometers van gistermiddag zijn wel lichtelijk voelbaar in mijn onderstel. Maar geruststellend de gedachte dat ik zin had om ‘de berg’ nog een paar keer te doen. En ook dat Jaap en ik op een aantal stukken lange tijd rond 35 km/h vasthielden, zonder schrikbarende gevolgen.

Ook het eten onderweg geoefend. Ofwel, hoe eet ik een mueslireep terwijl ik stevig doorfiets? (lees: doorhijg)

Nu snel de eerste duizend kilometers maken, als het kan nog voor 25 april….

(en als je wilt, steun me voor mijn 6x Alpe d’Huez, in strijd tegen de Oneerlijke Ziekte!)

Maak kennis met Santos.

Kijk, dit is Santos. Mijn belangrijkste wapen in de strijd, als ik straks met vastberadenheid op de Franse alp naar boven stijg. Santos heb ik zaterdag uit zijn stal gehaald, een zwart glimmende vacht, verse hoeven. En gisteren de eerste meters, meteen in galop. Heerlijk lichtvoetig, soepel en precies sturend. Uit enthousiasme heb ik me meteen ingeschreven voor de toerversie van de Giro d’Italia die dit jaar in Utrecht begint (8 mei 2010).

Verder op het programma staat 180 kilometer heuvelachtig fietsen van Klimmen (Limburg) naar Banneux (Ardennen) en weer terug naar Klimmen… Volgens de organisatie is de tocht mooi, uitdagend en rustig….helemaal mijn ding dus! :-)

Ok. Het gaat nu dus echt beginnen. En qua sponsoring ben ik er nog lang niet. Het streefbedrag van 7.000 euro wil ik zeker gaan halen, dus…..sponsor me, en strijd mee tegen de Oneerlijke Ziekte! Dank je wel!

Tot snel, Marco

Als hij kon toveren….

‘Wat wil jij later worden, als je groot bent?’
Dromend kijkt Anton naar de juf. Gebiologeerd door haar altijd stralende ogen, en haar verfijnde frisheid. Anton weet nog niet dat de onbestemde stroming door zijn lijf de eerste contouren van zijn mannelijkheid zijn. Hele lichte contouren, dat zeker.
‘Anton?’
De juf komt langzaam aangelopen, om Anton wakker te schudden. Dat doet ze vaker, soms ook heel onverwachts. Dan gaat ze achter hem staan en knijpt ze hem in zijn nek. Anton begrijpt nog steeds niet precies waarom dat zo fijn voelt. Maar het is wel zo.
‘Anton, vertel, wat wil jij later worden?’
Anton lacht en bibbert van geluk door de kietelende handen van de juf die nu gretig in zijn nek grijpen.
‘Tovenaar’ zegt Anton met hese stem, naar boven kijkend in de omgedraaide ogen van juf Anna.
De klas lacht. Anton schrikt van zijn eigen eerlijkheid.
‘En wat ga je dan toveren Anton?’
Nu is het stil, muisstil. Ogen van de klas op Anton en juf Anna, haar handen nog in de nek van Anton, versteend.
‘Dan tover ik u in een prinses, en mijzelf in een prins. En dan neem ik u mee naar mijn kasteel.’
De klas lacht. Juf Anna lacht mee, omdat ze niet weet wat ze anders zou moeten doen.

Anton kijkt in haar prachtige ogen, en droomt weg naar het land van de Tovenaars….

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.